Een bezoek aan de Batwa community


De Batwa, ook wel bekend als de Twa, zijn Pygmeeën en worden vaak gezien als de oudste inwoners van het Great Lake gebied in centraal Afrika. Ongewoon voor Pygmeeën, die over het algemeen vlees verhandelen voor landbouwproducten, ijzer en aardewerk, zijn de Batwa zelf pottenbakkers. Dit ambacht is nu synoniem voor hun etnische identiteit. De mannen verzamelen en dragen de klei naar de vrouwen, die vervolgens de potten maken en afvuren voordat ze worden verkocht. De Batwa gemeenschap heeft een beperkte vertegenwoordiging in de lokale en nationale overheid. Vanwege hun pygmee-afkomst blijven ze etnische vooroordelen, discriminatie, geweld en algemene uitsluiting van de samenleving ondervinden.

Bij een project van ons in Burundi is de Batwa gemeenschap betrokken. Het gaat om de G50-aanpak. Wij willen ervoor zorgen dat de Batwa toegang krijgen tot een bredere gemeenschap. Het gaat om financiële en sociale inclusie. Door zich te organiseren via netwerken op gemeenschapsniveau via dit platform, kunnen de Batwa toegang krijgen tot basis financiële diensten, onderwijs en andere sociale diensten. Zo versterken ze hun positie binnen de gemeenschap en kunnen ze duurzame oplossingen zoeken om voedselzekerheid te waarborgen en de juiste landbouwomstandigheden scheppen om dit te laten gebeuren.

Ciza (25) en Mugisha (20) wonen met hun dochtertje Bikorimana (2) en hun zoontje Bitangimana (1) in een hutje van stro in Gitega – plaats in centraal Burundi waar het project G50-aanpak onder anderen wordt doorgevoerd.  Ciza gaat er dagelijks op uit om klei te zoeken en mee naar huis te nemen voor Mugisha en haar moeder, zodat zij potten kunnen maken. Deze potten willen ze graag verkopen. Meestal moeten ze daarvoor heel ver lopen naar de markt. Van het geld kopen ze het liefst eten. Op hun eigen land verbouwen ze bananen, maïs en bonen. Door de kunstmest die ze nu kunnen gebruiken hebben ze gelukkig weer een betere opbrengst van hun oogst.

“Het is een heel sociaal project, iedereen helpt elkaar. We hebben ook geleerd over familie planning en hygiëne. Respect voor elkaar tonen en goed met elkaar omgaan is erg belangrijk en we merken dat van alles aan het veranderen is binnen onze gemeenschap. We voelden ons vaak erg alleen, maar door dit nieuwe project zijn we trots dat we voor onszelf kunnen zorgen. We horen er nu echt bij.”

Minani (50) is chef van het project. Zijn vrouw Janine is 40 jaar oud. Zij is ook erg goed in het maken van de potten. Het is nooit zeker of ze veel kan verkopen, maar het helpt heel erg als het lukt. Dan kunnen ze weer wat geld sparen. Janine werkt ook veel op het land. Minani en Janine zijn een samengesteld gezin – als twee alleenstaanden zorgen ze nu samen voor zes kinderen. Janine vindt het fijn als er bezoek komt in het dorp, ze zien bijna nooit andere mensen.

Het project G50-aanpak loopt door tot en met juni 2018.